ZONDER OUDERS 


home contact wie zijn wij ervaringen van anderen boeken adressen links
 
 
 

BOEKENWEEK 2003 THEMA 'DE DOOD'

RECENSIES EN LINKS

Recensie:
ISBN: Drie bloemlezingen, en diverse boeken
Essayisten: Vier visies op de dood

Link:
www.boekenweek.nl
 

ISBN

de Volkskrant, Boeken, 14 maart 2003

Wie een passend citaat zoekt voor een overlijdensadvertentie, troost zoekt bij andere angstigen of rouwenden of wie denkend aan de dood niet kan slapen, heeft deze Boekenweek een ruime keus. Drie bloemlezingen:
* Het laatste anker - 300 gedichten over dood en wat troost uit de hele wereld, samengesteld door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem (Atlas/Lannoo; EUR 22,50)
* Lang leve de dood - Een bloemlezing in honderd en enige gedichten, samengesteld en ingeleid door Gerrit Komrij (De Bezige Bij; EUR 7,50)
* Vergeet mij niet - Gedichten over afscheid en herinnering (Maarten Muninga; EUR 8,-).
In die laatste bundel staan Nederlandse treurzangen van onder anderen Judith Herzberg, M. Vasalis, Ramses Shaffy, André Hazes, én Robbie van Donk uit groep 5. Misschien toch maar Keats: 'Kan dood slaap zijn, als leven dromen is/ en het geluk vervliet als ijdele schijn?'

* Jeroen Brouwers en de dood, het is een onafscheidelijk duo. In 1983 schreef hij De laatste deur, grafmonumenten voor zelfmoordenaars uit de letteren, met wie hij grote affiniteit had - Herman Franke refereerde vorige week in Cicero nog aan dat standaardwerk. Atlas bundelde nu voor de gelegenheid in Het leven, de dood (EUR 16,50) een keuze uit de verhalen van Brouwers, waarvan er vele over de liefde gaan, nog meer over de dood of over de fatale combinatie van beide. 'Toen hij keek naar wat hij in zijn hand hield, bleek dit een van Ingrids voeten te zijn.'

* In zijn boekje De dood leeft met je mee (Adr. Heinen Uitgevers; EUR 3,95; alleen in de boekhandel Adr. Heinen in 's-Hertogenbosch) beschrijft Ignace Schretlen in een aantal dagboekfragmenten de vele gedaantes die de dood aanneemt in het leven van een medicus. Het zijn ontroerende verhalen van een bewogen auteur die de medische praktijk uit eigen ervaring kent.

* In Gelijk het gras - Interviews over vergankelijkheid (De Arbeiderspers; EUR 16,95) bundelde schrijver-journalist Alex Verburg zijn gesprekken met onder anderen Simon Wiesenthal, Isabel Allende, Cecilia Bartoli, Marten Toonder en Toon Hermans. De titel van zijn bundel ontleende hij aan zijn interview met de later vermoorde Marike de Klerk, echtgenote van de Zuid-Afrikaanse oud-president Frederik Willem de Klerk. Ze vertelde 'baie hartseer' te hebben van de vernederende wetten van de apartheid. 'Ons leven is maar kort, gelijk gras.'

* Bestaan er beschermengelen? Is er zoiets als de hel? Zijn er ook in het hiernamaals huisdieren? Wat is precies de tunnel van licht? In Wat te doen als je dood bent - Een reisgids voor het hiernamaals (De Boekerij; EUR 15,90) beantwoordt het gerenommeerde 'Engelse medium' Craig Hamilton-Parker al deze prangende levensvragen.

* Voor kinderen is de dood meestal een abstract begrip. Hoe vertel je over het sterven? In De dood uitgelegd aan mijn dochter voert Emmanuelle Huisman-Perrin (Atlas; EUR 6,95) een open en eerlijk gesprek met haar kind over dit even ongrijpbare als mysterieuze aspect van het leven en legt helder en openhartig uit dat het sterven onafwendbaar is en hoe je kunt omgaan met de dood.

* Dirk-Jan Bijker volgde voor zijn televisieserie over stervenden een aantal mensen op het laatste traject van hun levensweg. In Niets meer te verliezen - Gesprekken met mensen in hun laatste levensfase (Lannoo; EUR 14,95) vertellen ze over hun angst, pijn en verdriet, maar ook over berusting en overgave. Dat ook zijn eigen leven nog maar kort zou duren, kon niemand voorzien. Bijker was hartpatiënt; hij overleed in het najaar van 2001.

* Wanneer precies is iemand dood? Anatoom dr. Floris Wouterlood bestudeert al een kwart eeuw het menselijk lichaam. Zijn werkterrein is de snijzaal van het medisch centrum van de Vrije Universiteit te Amsterdam. In Stof zijt gij - Over doodgaan en het lichaam na de dood (Karakter; EUR 7,95) schrijft Wouterlood over balsemen, begraven, cremeren, ontleden en invriezen.

* Mensen uiten hun verdriet in soms aangrijpende verzen. Soms zie je op zerken ook fascinerende symbolen: geraamte, zeis, vliegende zandloper, vlinder, aren en papaverbollen. In Versteend verdriet - Symbolen en gedichten op grafstenen (Aspekt; EUR 17,-) hebben J. Veld en L. van der Vliet de mooiste verzen en de belangrijkste symbolen uit de funeraire cultuur verzameld.

terug
Home
 
 
 

Essayisten zijn slechts heel soms intiem met de dood

de Volkskrant, Kunst & Cultuur, 12 maart 2003

Recensie Aleid Truijens

Vier visies op de dood. Kristien Hemmerechts: Hotel Terminus. Boudewijn Büch: Zingende botten. Bert Keizer: Koud liggen. Nico ter Linden: De dag zal komen, Janus. EUR 1,95 per stuk;, samen EUR 6,-.

De dood, plompverloren, dat is geen handzaam onderwerp voor een essayist. Een ding is zeker: geen mens kan er met zekerheid iets over zeggen, tot op de dag waarop wij ervaringsdeskundige zullen zijn, en ons de pen uit handen is geslagen.
Toch vroeg de CPNB dit jaar monter aan vier schrijvers, Boudewijn Büch, Kristien Hemmerechts, Bert Keizer en Nico ter Linden, hun 'visie' op de dood te ontvouwen in een essay.
Twee van de vier schrijvers kozen voor onderhoudende ditjes en datjes over de dood. Beiden hebben beroepsmatig veel te maken gehad met doodgaan. Nico ter Linden zat als zielenherder aan menig sterfbed en sprak aan vele graven. Bert Keizer zag als verpleeghuisarts de dood in al zijn klinische gedaanten. Maar de dood geeft haar geheim ook niet prijs aan hulpverleners.
Het essay van Ter Linden is een handig geconstrueerde preek, waarin oude gemeenplaatsen en oneliners van beroemde melancholici goed van pas komen. De titel van zijn essay ontleent hij aan dichtregels van de erkende treurwilg Francois Haverschmidt, alias Piet Paaltjens: ''t Gaat al voorbij. De dag zal komen, Janus,/ dat het met u en mij voorgoed gedaan is.' Tja, zo is 't maar net.
Jammer dat Ter Linden niet koos voor het onderwerp waarin hij expert is: de rituelen rond sterven en begraven. Het collectieve,hartstochtelijk rouwen om Diana, of Pim Fortuyn, de stille tochten met fakkels en de 'religieuze' behoefte waarop die uitbarstingen wijzen - daarover was meer te zeggen geweest.
Dat geldt ook voor het essay van Bert Keizer. Lang blijft hij hangen bij weinig opzienbarende gedachten over het bestaan van een ziel. Hij doet zijn best op iets te lollige formuleringen. Als hij wél mooie observaties doet, over euthanasie, ruimt hij daar weinig regels voor in. 'Ben je zenuwachtig, jongen?' vraagt een stervende mevrouw hem moederlijk. Een ander zegt, na de fatale prik, verbaasd: 'Ik denk nog steeds hoor!' Hier zijn we bijna intiem met de dood.
En Boudewijn Büch, had die een 'visie' op de dood? Het mooiste aan zijn essay Zingende botten is de openingszin: 'Thuis bewaar ik de dood in mapjes'. Nu is Büch zelf zo'n mapje. Toen hij de opdracht kreeg kon hij nog lekker gefascineerd zijn door de dood. Hij schreef een echte kleine Büch, waarin hij, in gepaste droefenis, genietend rondzwerft bij graven en sterfhuizen van bewonderde, dode zwartgalligen: Sylvia Plath, Gerrit Achterberg, en Novalis. Dood zijn ze nóg dierbaarder, maar meer heeft ook Büch niet over de dood willen meedelen.
Blijft over het essay van Kristien Hemmerechts, dat geen essay is, maar een verhaal. Een wrang verhaal, over een hotel - Terminus - dat de reputatie heeft een paradijs voor de zelfmoordenaar te zijn. De hoteleigenaar laat de dof starende gasten van kamer 5 rustig hun laatste gang gaan. Tot er een mooie jonge vrouw incheckt. Over wat er tussen hen gebeurt zou je meer willen lezen, maar helaas was het opgegeven aantal pagina's gauw vol. Voor ze het verhaal vertelt, citeert de schrijfster dichtregels van 'de man die ooit haar man was': 'De dood heeft mij een aanzoek gedaan. Ik werd wit van het blozen. Ik bloosde als witte rozen.' Soms heeft de literatuur verstand van de dood.
 

terug
Home